In deze handleiding leest u over het gebruik en de mogelijkheden van de telemonitoringfunctionaliteiten in cBoards. Met cBoards heeft u een complete Telemonitoring omgeving ter beschikking. Deze omgeving bevat een centrum waarin alle meldingen binnenkomen en u gemakkelijk de triage kunt regelen. Meldingen en acties worden handig per telemonitor en organisatie weergegeven. Daarnaast geeft de Telemonitoring omgeving een volledig overzicht van alle patiënten die door u of uw collega’s gemonitord worden. U kunt patiënten selecteren op basis van ingestelde telemonitor en bij elke patiënt worden alle meldingen en acties inzichtelijk weergegeven, zodat u eenvoudig het overzicht bewaard!

LET OP: Er worden enkel meldingen gegenereerd van data die door een patiënt of informele zorgverlener zijn geregistreerd.

Hulp nodig?

Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u altijd laagdrempelig contact opnemen met ons Customer Care team via de supportknop in cBoards of via de chat op deze supportpagina. Ook kunt u bellen naar 020 21 49 222.

Deze handleiding bestaat uit de volgende onderdelen:

1. Activeren van de Telemonitoring omgeving in cBoards

2. Instellen condities en inzien van meldingen in een board

3. Telemonitoring omgeving: Triagecentrum

4. Telemonitoring omgeving: Patiëntenoverzicht

5. Activeren, deactiveren, pauzeren en verwijderen van condities

6. E-mailnotificaties

7. Notificaties in de cBoards App en webversie

1. Activeren van de Telemonitoring omgeving in cBoards

Het implementatieteam van Caresharing zal de juiste instellingen omtrent de Telemonitoring voor uw Organisatieteam in orde maken. Voor vragen hierover kunt u contact opnemen met het Customer Care team van Caresharing via de chat in cBoards of onze supportpagina. Ook kunt u bellen naar 020 21 49 222.

NB. De telemonitoringfunctionaliteiten zijn alleen beschikbaar voor Organisatieteams met een Premium organisatieabonnement.

Wanneer de Telemonitoring is ingeschakeld, ziet u de Telemonitoring omgeving terug in de linkerkant van uw cBoards pagina.

Daarnaast ziet u het Telemonitoring tabblad in de boards waarvoor één of meerdere telemonitors zijn geactiveerd.

U kunt de condities van een telemonitor voor een patiënt op twee manieren inzien:

  • In het desbetreffende board van de patiënt

  • In het triagecentrum en patiëntenoverzicht in de Telemonitoring omgeving

Beide mogelijkheden zullen hieronder verder worden toegelicht.

LET OP: Het instellen van een conditie kan enkel in het desbetreffende board van de patiënt. Het eventueel aanpassen of wijzigen van een conditie kan zowel in het board van de patiënt als in de Telemonitoring omgeving.

2. Instellen condities en inzien van meldingen in een board

Het is belangrijk om het verantwoordelijke Organisatieteam, de patiënt en eventueel de informele zorgverlener te betrekken bij het betreffende board van de patiënt. In deze handleiding leest u hoe u dit kunt doen.

Stap 1. Start of open het desbetreffende board voor de patiënt.

Stap 2. Klik op het tabblad ‘Telemonitoring’.

Stap 3. Klik op de ‘+’ rechtsboven in het tabblad.

Stap 4. Selecteer hier per telemonitor de condities die u aan wilt zetten.

Stap 5. Wanneer u een conditie heeft aangevinkt, opent er een klein menu waarin u het volgende kunt zien:

  • Naam van het item

  • De criteria

  • De urgentie die bij een bepaald criteria hoort: dit is hoog, gemiddeld of laag

Wanneer de criteria van een item worden getriggerd, zullen de zorgprofessionals van het verantwoordelijke Organisatieteam hier een notificatie van ontvangen in cBoards. Eventueel kunnen de zorgprofessionals ook een e-mailnotificatie ontvangen, indien dit is ingesteld. Meer informatie over de e-mailnotificaties vindt u in hoofdstuk 6: E-mailnotificaties.

Stap 6. Klik op ‘Bewaar’ om de geselecteerde condities op te slaan.

NB. De juiste instellingen per conditie zijn al gedaan, afhankelijk van de conditie kunt u deze wel of niet wijzigen.

Op het moment dat de patiënt of informele zorgverlener een geregistreerde waarde wijzigt naar een andere waarde, zal hier een nieuwe melding voor gegenereerd worden. De oude melding met de oude geregistreerde waarde zal ook te zien blijven in uw overzicht.

Soorten condities

Een conditie bestaat altijd uit een item, criteria en een bijpassend urgentieniveau. Er zijn verschillende soorten type condities, die hieronder kort zullen worden toegelicht.

De meest voorkomende conditie is die waarbij de conditie wordt getriggerd wanneer een geregistreerde waarde boven of onder de criteriawaarde valt. In bovenstaand voorbeeld wordt er een melding met urgentie gegenereerd wanneer de patiënt of informele zorgverlener een waarde onder de 3 registreert voor dit item.

Er zijn ook condities die bestaan uit meerdere items. Deze worden aangegeven door middel van ‘EN’ en ‘OF’.

In bovenstaand voorbeeld wordt er een melding met urgentie gegenereerd wanneer de patiënt of informele zorgverlener een waarde onder de 4 EN een waarde groter of gelijk aan 3 registreert voor deze items.

Tot slot zijn er condities die getriggerd worden wanneer er voor dit item geen waarde wordt geregistreerd in een bepaalde tijdsperiode.

In bovenstaand voorbeeld zal er een melding met urgentie gegenereerd worden wanneer er voor dit item langer dan 336 uur geen registratie wordt gedaan door de patiënt of informele zorgverlener.

Overzicht

Hier ziet u een overzicht van alle condities die geactiveerd zijn.

Door op het instellingen-icoontje te klikken, kunt u nogmaals de instellingen per conditie bekijken. Daarnaast is het mogelijk om de conditie te deactiveren, pauzeren, verwijderen of activeren wanneer deze op inactief staat. Meer hierover leest u in hoofdstuk 5: Activeren, deactiveren, pauzeren en verwijderen van condities.

Onder ‘Verantwoordelijk Org. team’ ziet u het Organisatieteam dat verantwoordelijk is voor het afhandelen van de meldingen van de condities binnen deze telemonitor.

Klik op het potlood-icoontje om het verantwoordelijk Organisatieteam voor deze condities te wijzigen.

LET OP: Het is alleen mogelijk om een Organisatieteam verantwoordelijk te maken wanneer voor dit Organisatieteam ook de juiste Telemonitoring instellingen zijn gedaan.

U kunt eventueel een notitie toevoegen.

Meldingen
Per ingestelde telemonitor vindt u twee tabbladen:

  • Actie nodig

  • Alle meldingen

Meldingen: Actie nodig

Hier ziet u alle meldingen die een actie nodig hebben. De kleur van de balk geeft de urgentie van de melding aan:

  • Rode balk: Melding met een hoge urgentie die een actie nodig heeft

  • Oranje balk: Melding met een gemiddelde urgentie die een actie nodig heeft

  • Gele balk: Melding met een lage urgentie die een actie nodig heeft

Door met uw muis op het i-icoontje te gaan staan, ziet u de naam van het item, de criteria en de urgentie.

Onder ‘Items’ staan de data die zijn geregistreerd door de patiënt of informele zorgverlener. U ziet de naam van het item en de waarde die is geregistreerd.

Hier ziet u nogmaals de urgentie en het verantwoordelijk Organisatieteam.

Onder ‘Actie’ ziet u of er een actie is ondernomen. Omdat de melding onder het tabblad ‘Actie nodig’ staat, is er nog geen actie ondernomen. Kies de actie die u heeft ondernomen.

NB. De acties die u kunt ondernemen, en daarmee kunt selecteren, kunnen verschillen per telemonitor.

Wanneer u een actie heeft geselecteerd, zal de melding verdwijnen uit het tabblad ‘Actie nodig’.

Meldingen: Alle meldingen

Uit alle data die geregistreerd worden en onder een bepaalde conditie vallen, worden meldingen gegeneerd. Al deze meldingen worden weergegeven onder het tabblad ‘Alle meldingen’. Dit zijn dus de volgende soort meldingen:

  • Registraties die zijn gedaan en buiten de criteria vallen. Deze meldingen hebben dus geen urgentie en ook geen actie nodig

  • Registraties met urgentie die een actie behoeven (Deze staan dus óók onder het tabblad ‘Actie nodig’)

  • Registraties met urgentie waarvoor al een actie is geselecteerd

De registraties die zijn gedaan, maar geen actie nodig hebben (en dus ook geen urgentie), kunt u herkennen aan het vinkje in de melding.

De registraties met een urgentie die nog een actie behoeven, staan op dezelfde manier weergegeven als onder het tabblad ‘Actie nodig’.

De registraties met een urgentie waar wel al een actie voor is ondernomen, staan op bovenstaande manier weergegeven. U herkent deze aan het gekleurde uitroepteken (rood, oranje of geel) en aan de urgentie.

Hier kunt u ook de actie zien die is uitgevoerd, door wie deze actie is uitgevoerd en op welke datum en tijdstip.

Daarnaast is het mogelijk om de ondernomen actie aan te passen door op het potlood-icoontje te klikken.

De geschiedenis van alle acties is te zien door op het geschiedenis-icoontje te klikken.

3. Telemonitoring omgeving: Triagecentrum

Door op het Telemonitoring-icoon aan de linkerkant van uw cBoards menu te klikken, komt u in de Telemonitoring omgeving. Deze bestaat uit twee verschillende tabbladen:

  • Triagecentrum

  • Patiëntenoverzicht

In het triagecentrum zijn alle meldingen terug te vinden die voldoen aan onderstaande voorwaarden:

  • Condities die zijn toegevoegd aan een patiënt van uw Organisatieteam

  • Condities die zijn toegevoegd aan een patiënt van een ander Organisatieteam, maar waarbij uw Organisatieteam verantwoordelijk is gesteld voor de monitoring.

  • Condities die zijn toegevoegd aan een patiënt van uw Organisatieteam, maar waarbij een ander Organisatieteam verantwoordelijk is gesteld voor de monitoring. Uzelf bent dus geen onderdeel van dit Organisatieteam en om deze meldingen te kunnen zien, dient u dit Organisatieteam aan te vinken. Hoe u dit kunt doen, leest u hieronder onder het kopje ‘Organisatieteams’.

Naast bovenstaande voorwaarden, moet de patiënt ook daadwerkelijk gestart zijn met het registeren van data. Dit houdt in dat er een registratie is gedaan en u daarvan meldingen te zien krijgt in uw overzicht. Indien de zorgprofessional een conditie bij het board van zijn patiënt heeft toegevoegd, maar de patiënt of informele zorgverlener heeft nog niets geregistreerd, dan staat deze patiënt ook niet in het triagecentrum (er zijn namelijk nog geen meldingen om weer te geven).

Het triagecentrum bestaat uit verschillende onderdelen:

  • Actie nodig

  • Gemarkeerd

  • Alle meldingen

  • Actie gedaan

  • Telemonitor

  • Organisatieteams

Achter elk onderdeel staat een cijfer weergegeven. Dit cijfer geeft aan hoeveel meldingen het betreft.

Actie nodig

Hier zijn alle meldingen terug te vinden die nog een actie behoeven. Deze zijn overzichtelijk weergegeven per conditie en patiënt. Door op het pijltje te klikken, kunt u deze meldingen eenvoudig in- en uitklappen.

Gemarkeerd

U kunt elke melding (met of zonder urgentie) markeren door op de punaise te klikken. Dit kan zowel in het board van de patiënt, als in het triagecentrum en het patiëntenoverzicht. Alle meldingen die u heeft gemarkeerd, staan hier weergegeven.

Alle meldingen

In dit overzicht vindt u alle meldingen die er zijn (met of zonder urgentie). Deze staan overzichtelijk weergegeven per conditie en patiënt. Het gaat dus om de volgende soort meldingen:

  • Registraties die zijn gedaan en buiten de criteria vallen. Deze meldingen hebben dus geen urgentie en ook geen actie nodig

  • Registraties met urgentie die een actie behoeven (Deze staan dus óók onder het tabblad ‘Actie nodig’)

  • Registraties met urgentie waarvoor al een actie is geselecteerd

Actie gedaan

Onder ‘Actie gedaan’ vindt u alle meldingen waarvoor al een actie is ondernomen.

Telemonitor

Wanneer u op het tabblad ‘Telemonitor’ klikt, ziet u een overzicht van uw patiënten gecategoriseerd per conditie onder een bepaalde telemonitor. Hier kunt u filteren op een bepaalde telemonitor / conditie door deze aan te klikken. Wanneer u een bepaalde telemonitor / conditie heeft geselecteerd, zal deze balk roze worden. Hiermee zal ook het cijfer met het aantal meldingen toe- of afnemen.

Organisatieteams

Onder ‘Organisatieteams’ vindt u een overzicht van verschillende Organisatieteams die verantwoordelijk zijn voor de Telemonitoring van patiënten (zowel uw eigen Organisatieteams als de Organisatieteams die verantwoordelijk zijn voor de monitoring van uw patiënten).

Ook hier is het mogelijk om te filteren op een bepaald Organisatieteam, door deze aan te klikken. Wanneer u een bepaalde telemonitor / conditie heeft geselecteerd, zal deze balk roze worden. Hiermee zal ook het cijfer met het aantal meldingen toe- of afnemen.

NB. Het is dus mogelijk om tegelijkertijd te filteren op uw ingestelde telemonitors én uw Organisatieteams.

4. Telemonitoring omgeving: Patiëntenoverzicht

Door op het Telemonitoring-icoon aan de linkerkant van uw cBoards menu te klikken, komt u in de Telemonitoring omgeving. Deze bestaat uit twee verschillende tabbladen:

  • Triagecentrum

  • Patiëntenoverzicht

Wanneer u op het tabblad patiëntenoverzicht klikt, vindt u alle patiënten waarvoor de Telemonitoring is geactiveerd, en die voldoen aan één van de volgende criteria:

  • Een patiënt uit het eigen Organisatieteam

  • Een niet-eigen patiënt waarbij uw Organisatieteam verantwoordelijk is gemaakt voor de Telemonitoring.

Naast bovenstaande voorwaarden, moet de patiënt ook daadwerkelijk gestart zijn met het registeren van data. Dit houdt in dat er een registratie is gedaan en u daarvan meldingen te zien krijgt in uw overzicht. Indien de zorgprofessional een conditie bij het board van zijn patiënt heeft toegevoegd, maar de patiënt heeft nog niets geregistreerd, dan staat deze patiënt ook niet in het patiëntenoverzicht (er zijn namelijk nog geen meldingen om weer te geven).

Klik op ‘Stel filter in’ om te filteren op uw initiërende en/of deelnemende Organisatieteams.

Daarnaast is het ook hier mogelijk om te filteren op bepaalde telemonitors en condities. De patiënten die onder een bepaalde telemonitor/conditie vallen, zullen dan weergegeven worden nadat u deze telemonitor/conditie heeft aangeklikt.

5. Deactiveren, pauzeren en verwijderen van condities

Het is mogelijk om condities te deactiveren, pauzeren en te verwijderen. Dit kunt u doen door op het instellingen-icoontje te klikken achter de desbetreffende conditie. Dit kan zowel in de Telemonitor omgeving als in het board van de betreffende patiënt.

Deactiveren
Door een conditie te deactiveren, ontvangt u geen meldingen (en dus ook geen e-mailnotificaties) op het moment dat er wel registraties met een kritieke waarde worden gedaan door de patiënt of informele zorgverlener.

Stap 1. Klik op het instellingen-icoontje achter de desbetreffende conditie.

Stap 2. Klik op ‘Deactiveer conditie’.

Stap 3. Klik op ‘Bewaar’.

U heeft de conditie nu gedeactiveerd. Dit wordt op bovenstaande manier weergegeven: ‘inactief’.

Wanneer alle condities binnen een telemonitor zijn gedeactiveerd, ziet u bovenstaande melding in uw scherm.

NB. Alle meldingen die al gegeneerd waren op basis van eerdere registraties, zullen zichtbaar blijven onder uw overzicht met meldingen (zowel in het board als in de Telemonitoring omgeving).

Activeren

Wanneer u een conditie heeft gedeactiveerd, kunt u deze op de volgende manier weer activeren:

Stap 1. Klik op het instellingen-icoontje achter de desbetreffende conditie.

Stap 2. Klik op ‘Activeer conditie’.

Stap 3. Klik op ‘Bewaar’.

U heeft de conditie nu weer geactiveerd.

Pauzeren

Wanneer het een conditie betreft over het niet registeren van een item in een bepaalde tijd, is het mogelijk om de conditie tijdelijk te pauzeren. Op het moment dat een conditie is gepauzeerd, komen er geen meldingen (en (e-mail(notificaties) binnen dat er voor deze conditie niets is geregistreerd door de patiënt of informele zorgverlener.

Stap 1. Klik op het instellingen-icoontje achter de desbetreffende conditie.

Stap 2. Klik op ‘Pauzeer conditie’.

Stap 3. Selecteer hier tot welke datum en tijdstip u de conditie wilt pauzeren.

Stap 4. Klik op ‘Bewaar’.

U heeft de conditie nu gepauzeerd. Dit wordt op de bovenstaande wijze weergegeven.

Pauzeren opheffen

Wanneer u een conditie heeft gepauzeerd, maar deze weer wilt activeren vóórdat het ‘gepauzeerd tot’-moment is verstreken, kunt u dit doen op de volgende manier.

Stap 1. Klik op het instellingen-icoontje achter de desbetreffende conditie.

Stap 2. Klik op ‘Conditie gepauzeerd’.

Stap 3. Klik op het ronde pijltje.

Stap 4. Klik op ‘Bewaar’.

De conditie is nu weer actief. Dit wordt op bovenstaande wijze weergegeven.

Verwijderen

Het is ook mogelijk om een conditie te verwijderen.

Stap 1. Klik op het instellingen-icoontje achter de desbetreffende conditie.

Stap 2. Klik op ‘Verwijder conditie’.

Stap 3. Klik op ‘Bewaar’.

LET OP: Het is niet mogelijk om een conditie te verwijderen op het moment dat de patiënt of informele zorgverlener al waarden heeft geregistreerd en hier dus al meldingen voor zijn gegenereerd. Het is dan enkel mogelijk om een conditie te deactiveren, waarbij de eerdere meldingen wel zichtbaar zullen blijven.

6. E-mailnotificaties

Er zijn twee soorten e-mailnotificaties die betrekking hebben op de telemonitoringfunctionaliteiten:

  • E-mailnotificatie voor een melding met een bepaalde urgentie (hoog, gemiddeld of laag) die een actie behoeft

  • E-mailnotificatie met een samenvatting van het aantal openstaande meldingen met urgentie die nog een actie behoeven

De instellingen voor deze e-mailnotificaties zullen in orde worden gemaakt door het implementatieteam van Caresharing.

7. Notificaties in de cBoards mobiele App en webversie

cBoards mobiele App

In de cBoards mobiele App zal bij een nieuwe melding waar een actie voor nodig is, een pop-up bericht in uw scherm verschijnen. Hier staat aangegeven om hoeveel meldingen waarvoor een actie nodig is het gaat.

Wanneer u de cBoards App heeft geopend en op het menu klikt, vindt u onder ‘Telemonitoring’ ook het aantal openstaande meldingen die nog een actie behoeven.

Daarnaast vindt u dit cijfer ook terug op het icoon van de cBoards App.

LET OP: Het cijfer op het icoon van de cBoards App geeft het aantal openstaande meldingen die een actie behoeven aan, én het aantal ongelezen berichten in cBoards en Messenger.

Webversie Telemonitoring omgeving

In de webversie vindt u bij het icoon van de Telemonitoring omgeving een cijfer dat aangeeft hoeveel meldingen nog een actie nodig hebben.

Heb je het antwoord gevonden?