Er dient onderscheid gemaakt te worden tussen de medisch inhoudelijke verantwoordelijkheid van zorgprofessionals en hun eventuele verantwoordelijkheid als verwerkingsverantwoordelijke met betrekking tot het patiëntendossier. Dit zijn twee heel verschillende zaken.

  1. Wanneer bent u als zorgprofessional verwerkingsverantwoordelijke?

  2. Wie is medisch inhoudelijk verantwoordelijk?

  3. Aandachtspunten bij netwerkzorg

1. Wanneer bent u als zorgprofessional verwerkingsverantwoordelijke?

Binnen cBoards is de zorgprofessional die een board initieert de verwerkingsverantwoordelijke. Hij is verantwoordelijk voor zaken als het veilig opslaan van de gegevens, het instellen van welke groep van gebruikers (zorgprofessionals, mantelzorgers en patiënt) toegang heeft tot welke gegevens en communicatiemogelijkheden in het board, het toegang geven tot en het verwijderen van anderen uit het board, alsmede voor het archiveren, weer activeren en/of het verwijderen van het board.

2. Wie is medisch inhoudelijk verantwoordelijk?

Het in juridische zin ‘verantwoordelijk zijn’ voor medische data in de vorm van verwerkingsverantwoordelijke dient volledig los gezien te worden van de verplichting om ‘verantwoorde zorg’ te leveren.

Alle zorgorganisaties moeten zorg leveren die voldoet aan bepaalde kwaliteitseisen. Deze eisen staan in:

  • De Wet kwaliteit klachten geschillen zorg (Wkkgz)

  • De Wet BIG

  • De Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen

  • De Wet toelating zorginstellingen

Wat samenwerking betreft is een van de manieren om te voldoen aan de wettelijke vereisten het toepassen van de aandachtspunten uit een handreiking uit 2010 van De KNMG, V&VN, KNOV, KNGF, KNMP, NIP, NVZ, NFU, GGZ Nederland en NPCF, namelijk de handreiking ‘Verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg’.

De individuele verantwoordelijkheid van zorgverleners tot het verlenen van verantwoorde zorg ligt besloten in wettelijke bepalingen uit de Wgbo en de Wet BIG. Er bestaat dus een verantwoordelijkheid van beroepsbeoefenaren om te handelen als een goed hulpverlener, conform de professionele standaard.

Ook de tuchtrechter probeert grip te krijgen op de verantwoordelijkheid van individuele beroepsbeoefenaren voor de kwaliteit van het samenwerkingsverband waarbinnen zij functioneren. Op die wijze tracht de tuchtrechter rekening te houden met het gegeven dat het verlenen van gezondheidszorg steeds minder een individuele en steeds meer een collectieve aangelegenheid is. Zo is er jurisprudentie waarin in algemene zin wordt beschreven welke verantwoordelijkheden er rusten op de hoofdbehandelaar. Zo staat er onder meer in de uitspraak van de Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg van 1 april 2008 over het hoofdbehandelaarschap (Medisch Contact 2008, p. 726-729):

“De hoofdbehandelaar is, naast de zorg die hij als specialist ten opzichte van de patiënt en diens naaste betrekkingen heeft te betrachten, belast met de regie van de behandeling van de patiënt door hemzelf en andere specialisten en zorgverleners tijdens het gehele behandelingstraject. Hierbij wordt onderstreept dat de verantwoordelijkheid van de hoofdbehandelaar voor de uitvoering van zijn regiefunctie haar grens hierin vindt dat hij niet de verantwoordelijkheid draagt voor de door andere specialisten tijdens het behandelingstraject uitgevoerde verrichtingen die zijn gelegen buiten het terrein waarop de hoofdbehandelaar als specialist werkzaam is. Voor die verrichtingen zijn en blijven die andere specialisten zelf ten volle verantwoordelijk.”

De conclusie kan getrokken worden dat iedere zorgprofessional zelf verantwoordelijk is om te handelen als een goed hulpverlener, conform de professionele standaard. Als hoofdbehandelaar komt daar een regierol bij, maar blijven de zorgprofessionals waarmee samengewerkt wordt zelf verantwoordelijk voor hun eigen handelen.

Formele wijziging van hoofdbehandelaarschap vindt feitelijk plaats middels een verwijzing. Bijvoorbeeld van huisarts naar medisch specialist bij een verwijzing en visa versa van medisch specialist naar huisarts bij ontslag van patiënt of beëindigen van de behandeling in het ziekenhuis.

De formele wijziging van het hoofdbehandelaarschap heeft echter niets te maken met de inzet van cBoards, aangezien binnen cBoards geen officiële verwijzingen plaatsvinden zoals dat gebeurt binnen bijvoorbeeld een platform als dat van ZorgDomein.

Bij vormen van samenwerking waarbij geen formele wijziging van hoofdbehandelaarschap plaatsvindt, is het van belang enkele aandachtspunten in acht te nemen.

3. Aandachtspunten bij netwerkzorg

De artsenfederatie KNMG heeft in 2010 een handreiking uitgebracht genaamd ‘Verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg’. Het is deze handreiking waar nog altijd naar verwezen wordt wanneer het gaat om de verantwoordelijkheidsverdeling bij netwerkzorg.

De definitie van samenwerking zoals gehanteerd door de handreiking:

“Van samenwerking is sprake als meer dan één zorgverlener bij de cliënt betrokken is. Samenwerking kan intern zijn (zorgverleners die binnen dezelfde instelling werken), extern (zorgverleners uit verschillende instellingen), of een mengvorm. De Handreiking richt zich zowel op simultane als op volgtijdelijke samenwerking.”

cBoards ondersteunt alle vormen van samenwerking. Alle aandachtspunten zoals vermeld in de handreiking projecteren we hieronder op de wijze waarop cBoards is, of kan worden, ingericht.

1. VOOR PATIËNT MOET HELDER ZIJN WIE AANSPREEKPUNT, INHOUDELIJK (EIND)VERANTWOORDELIJKE EN ZORGCOÖRDINATOR IS

Binnen elke context waarin wordt samengewerkt (lees: binnen elk type board), kan de rol van aanspreekpunt, inhoudelijk (eind)verantwoordelijke (hoofdbehandelaar) en die van zorgcoördinator vastgelegd worden. Op dit moment is deze rolverdeling niet in elk boardthema vormgegeven, maar bij co-creatie van een nieuw type board kan de expliciete vastlegging van deze rolverdeling mogelijk gemaakt worden. Deze rolverdeling is vervolgens voor iedereen inzichtelijk die betrokken is bij de samenwerking, incl. de patiënt wanneer deze betrokken is in het board.

2. ALLE ZORGVERLENERS BESCHIKKEN OVER GEZAMENLIJK UP-TO-DATE ZORG- EN BEHANDELPLAN

Afhankelijk van de context en het doel van het betreffende board, is een gezamenlijk zorg- en behandelplan beschikbaar. Het plan kan eenvoudig up-to-date worden gehouden door alle betrokkenen in het board. Omdat met een groot deel van het aantal type boards pure multidisciplinaire samenwerking wordt ondersteund waarbij veel verschillende typen zorgverleners betrokken zijn, heeft het merendeel van de boards logischerwijs een gezamenlijk plan.

3. GARANDEREN JUISTE WIJZE VAN NAKOMING RECHTEN PATIËNT

Centraal hierin staat het recht van de patiënt op informatie. Dit recht kan door zorgverleners gemakkelijk nagekomen worden wanneer zij de patiënt uitnodigen in het board. Een board bevat persoonsgegevens en medische data van de patiënt en de patiënt heeft daarnaast allerlei laagdrempelige communicatiemogelijkheden met zijn zorgnetwerk.

Ook AVG-gerelateerde rechten kunnen door de patiënt uitgeoefend worden. Hierin wordt door Caresharing als verwerker voorzien, in nauwe samenwerking met de verwerkingsverantwoordelijke.

4. ZORGVERLENERS VERZEKEREN ZICH TE BESCHIKKEN OVER RELEVANTE GEGEVENS VAN COLLEGA’S EN ZIJ INFORMEREN COLLEGA’S OVER GEGEVENS EN BEVINDINGEN DIE ZIJ OP HUN BEURT NODIG HEBBEN OM VERANTWOORDE ZORG TE LEVEREN

cBoards heeft een zeer hoog ‘interoperabel vermogen’. Gegevensuitwisseling is daarom een van de specialiteiten van cBoards. Het betreft voornamelijk het over en weer versturen van (medische) data tussen cBoards en de bronregistratiesystemen van zorgprofessionals, alsmede thuismeetapparatuur. Wanneer data niet automatisch uitgewisseld kunnen worden, dan zullen deze door de zorgverleners in cBoards zelf geregistreerd moeten worden. cBoards zelf is daarom in sommige gevallen ook een registratiebron.

Binnen een board worden alleen voor het betreffende zorgthema relevante (medische) gegevens gedeeld met alleen voor het thema relevante betrokkenen, waarbij de initiator van het board ook nog eens heel fijnmazig kan aangeven wat de lees- en schrijfrechten zijn van elk type betrokkene (zorgprofessional, informele zorgverlener, patiënt). Dit wordt door Caresharing het concept van ‘Board-based privacy’ genoemd.

Het met elkaar bepalen van welke essentiële informatie met elkaar gedeeld moet kunnen worden binnen de samenwerking, is het belangrijkste onderdeel van het co-creatieproces van een nieuw type board.

5. RELEVANTE GEGEVENS WORDEN AANGETEKEND IN EEN BIJ VOORKEUR GEÏNTEGREERD DOSSIER

Dit is hét kernaspect van cBoards. cBoards faciliteert een multidisciplinair, thematisch patiëntendossier, waarin alle voor het zorgthema relevante medische gegevens worden gedeeld en waarin alleen voor de betreffende samenwerkingscontext relevante zorgverleners worden uitgenodigd.

6. ZORGVERLENERS DIE DEELNEMEN AAN EEN SAMENWERKING MAKEN DUIDELIJKE AFSPRAKEN OVER VERDELING TAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN M.B.T. ZORG AAN PATIËNT

De handreiking geeft aan:
“Het is van groot belang dat afspraken en regelingen voor alle betrokkenen kenbaar zijn, zowel in algemene zin als rond een specifieke cliënt. Dat betekent dat alle betrokkenen op de hoogte zijn van de principes en procedures voor samenwerking, inclusief de regelingen voor inschakeling of consultatie van andere disciplines. Elke betrokken zorgverlener kan op basis daarvan zijn/haar eigen taken en verantwoordelijkheden en die van de andere betrokken zorgverleners bepalen. Daardoor wordt het ook beter mogelijk te bepalen wanneer het moment is aangebroken om collega’s te consulteren of taken aan hen over te dragen.”

cBoards geeft taakverdeling, het expliciteren van verantwoordelijkheden en het verduidelijken van algemene en patiënt specifieke afspraken op diverse manieren vorm. Zie hiervoor ook aandachtspunt 1. en 2. cBoards kan daarnaast worden ingericht op basis van algemene (werk)afspraken en procedures. Bovendien kunnen in elk type board de specifieke onderlinge (werk)afspraken gepubliceerd worden.
Voorbeeld: het longformularium binnen het Longzorg board, waarin longartsen, huisartsen en apothekers uit een betreffende regio bepaalde afspraken overzichtelijk hebben weergegeven.

7. ZORGVERLENERS DIENEN ALERT TE ZIJN OP EIGEN GRENZEN VAN MOGELIJKHEDEN EN DESKUNDIGHEID

cBoards is uiteraard niet in staat zorgverleners te wijzen op hun grenzen, maar het platform maakt het voor hen wel mogelijk laagdrempelig de expertise van anderen in te schakelen op het moment dat zij zich ervan bewust zijn dat zij hun grenzen van mogelijkheden en deskundigheid naderen.

Naast het objectiveren en standaardiseren van verwijsindicaties kan in onderling overleg binnen het board besloten worden te verwijzen ja/nee.
Voorbeeld: de samenwerking binnen het Wondzorg board, waarin een wijkverpleegkundige gemakkelijk de expertise van bijvoorbeeld de huisarts of medisch specialist kan inschakelen.

8. BIJ OPDRACHTSRELATIE TUSSEN ZORGVERLENERS ZIJN VOLDOENDE INSTRUCTIES NODIG

cBoards kan een opdrachtsrelatie tussen zorgverleners goed faciliteren door instructies en aanwijzingen van opdrachtgevende professionals specifiek onderdeel te maken van bijvoorbeeld een gedetailleerd en geprotocolleerd zorg-/behandelplan binnen een board. Dit, i.c.m. laagdrempelige communicatie tussen ‘opdrachtgever’ en ‘opdrachtnemer’, maakt cBoards een platform waarmee op verregaande wijze wordt voldaan aan dit aandachtspunt.

Voorbeeld: het board Thuismedicatie MDL, waarbij onder supervisie van de MDL-arts infusie in de thuissituatie plaatsvindt door een gespecialiseerd wijkverpleegkundige.

9. EXPLICIETE OVERDRACHT VAN TAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN IS BELANGRIJK

cBoards kan overdrachten heel gericht faciliteren met daarbij materiaal en/of registratiemogelijkheden die zorgverleners bewust maakt van de algemene risico’s van een overdracht, maar ook de specifieke kenmerken van de patiëntsituatie inzichtelijk maken.

Voorbeeld: In het CVA board is de overdracht op expliciete wijze vormgegeven. Een belangrijk doel van dit board is namelijk het ondersteunen van een goede en soepele overdracht van zorg door de neuroloog naar de specialist ouderengeneeskunde in de klinische revalidatie.

10. VOORZIE IN CONTROLEMOMENTEN IN SAMENWERKINGSSITUATIES

Elk board geeft laagdrempelige communicatie- en daarmee overlegmogelijkheden, via chat of beeldbellen. Ook zijn evaluaties onderdeel van het zorg-/behandelplan binnen een board.

11. BETREK PATIËNT EN/OF DIENS VERTEGENWOORDIGER INTENSIEF BIJ ONTWIKKELING EN UITVOERING VAN ZORG-/BEHANDELPLAN

cBoards is nadrukkelijk opgezet om nauwe samenwerking tussen zorgprofessionals onderling, de patiënt en diens informele zorgverleners (vertegenwoordigers) te faciliteren. Door de patiënt en/of informele zorgverleners uit te nodigen in een board waar zorgprofessionals met elkaar samenwerken, kan eenvoudig worden geborgd dat zij intensief betrokken zijn en blijven.

12. LEG SAMENWERKINGSAFSPRAKEN EN BETROKKENHEID SCHRIFTELIJK VAST

Zie ook aandachtspunt 6. Samenwerkingsafspraken vormen de basis van samenwerking binnen cBoards. De ervaring leert dat zonder expliciet afgestemde samenwerkingsafspraken, samenwerkingen (al dan niet in cBoards) niet voldoende van de grond komen. Dit betekent dan ook dat de inzet van cBoards alleen plaatsvindt op basis van samenwerkingsafspraken zoals zorginstellingen die onderling met elkaar hebben besproken en vastgelegd. Dit kan eenvoudig binnen een board inzichtelijk worden gemaakt.

13. GOED INCIDENTMANAGEMENT

Zorgaanbieders zijn verplicht interne procedures te hebben voor het Veilig Melden van Incidenten (VIM). cBoards biedt zorgverleners daarnaast diverse mogelijkheden om binnen een samenwerking op een juiste manier centraal melding te maken van incidenten (o.a. fouten) en openheid te bieden aan de patiënt.

Incidentmanagement bij Caresharing wordt veelal beschouwd als incidenten betreffende informatiebeveiliging. Caresharing staat bekend om haar transparantie betreffende incidenten en de deugdelijke rapportage hierover aan verwerkingsverantwoordelijken.

Disclaimer:
Deze handleiding is met de meest grote zorgvuldigheid samengesteld. Aan eventuele onjuistheden kunnen geen rechten worden ontleend.

Heb je het antwoord gevonden?