Box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning
Onder Box 1 valt je inkomen voor het grootste deel (en in sommige gevallen alleen maar). Onder Box 1 geef je namelijk je inkomen uit werk en woning aan, die bestaat uit je inkomsten verminderd met je aftrekposten.
Andere vormen van Inkomsten die in box 1 vallen, zijn:
fooien en andere inkomsten
buitenlandse inkomsten
inkomsten als freelancer, gastouder, artiest of beroepssporter
periodieke uitkeringen (zoals uitkeringen van een lijfrente of alimentatiebetalingen)
negatieve persoonsgebonden aftrek
terugontvangen premies voor lijfrenten en dergelijke
eigenwoningforfait
kapitaalverzekeringen eigen woning
In box 1 kun je onder meer de volgende aftrekposten hebben:
reisaftrek openbaar vervoer
aftrekbare kosten van de eigen woning
uitgaven voor inkomensvoorzieningen, zoals premies voor lijfrenten
persoonsgebonden aftrek, zoals:
alimentatie en andere onderhoudsverplichtingen
uitgaven voor specifieke zorgkosten
tijdelijk verblijf thuis ernstig gehandicapten
studiekosten en andere scholingsuitgaven
giften
restant persoonsgebonden aftrek
Box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang
Onder Box 2 valt je aanmerkelijk belang. Dit is van toepassing op het moment dat jij (of je fiscaal partner) in het bezit bent van meer dan 5% van het aandelenkapitaal van een vennootschap (b.v.) of coöperatie.
> Lees meer over aandeelhouder zijn in een BV
Box 3: belastbaar inkomen uit sparen en beleggen
Onder box 3 vallen je beleggingen en spaargeld. Denk aan bijvoorbeeld een tweede woning.
> Lees meer over werkelijk rendement