Naar de hoofdinhoud

Aandrangincontinentie: welke resultaten kan ik verwachten?

Ontdek welke verbeteringen je kunt bereiken met bekkenbodemtraining, hoelang het kan duren voordat je resultaat merkt en welke factoren je resultaten kunnen beïnvloeden.

Als je last hebt van aandrangincontinentie, kan regelmatige bekkenbodemtraining helpen om je blaas beter onder controle te houden en urineverlies te verminderen. De resultaten verschillen echter van persoon tot persoon. Als je begrijpt welke factoren je vooruitgang beïnvloeden, kun je het meeste uit je Perifit Care(+)-training halen.

Welke resultaten kan ik verwachten en wanneer?

Uit onderzoek blijkt dat bekkenbodemspiertraining een groot verschil kan maken voor vrouwen met aandrangincontinentie en andere vormen van urine-incontinentie:

  • Ongeveer 2 op de 3 vrouwen die regelmatig bekkenbodemspieroefeningen doen, merken een verbetering van hun klachten door urineverlies.

  • Ongeveer 35% van de vrouwen heeft helemaal geen last meer van urineverlies.

  • Vrouwen geven ook aan dat ze overdag minder vaak urine verliezen en een betere levenskwaliteit ervaren.

Sommige gebruikers merken de eerste verbeteringen al binnen 2–4 weken, maar het kan tot 10–12 weken regelmatige training duren voordat je aanzienlijke verbeteringen ziet.

Onthoud: vooruitgang kost tijd en regelmaat is essentieel!

Welke factoren kunnen mijn resultaten beïnvloeden?

Verschillende factoren kunnen van invloed zijn op hoe snel je verbeteringen merkt:

1. Trainingsfrequentie

Regelmatig trainen is essentieel. We raden 5 sessies van 8 minuten per week aan.

Houd je sessies kort en geef je bekkenbodemspieren voldoende tijd om te rusten en te herstellen. Vaker trainen betekent niet noodzakelijk dat je sneller vooruitgang boekt. Het kan je vooruitgang zelfs vertragen als je spieren vermoeid raken.

2. Kwaliteit van je Kegeloefeningen

Je bekkenbodemspieren op de juiste manier aanspannen is net zo belangrijk als regelmatig trainen.

Je kunt oefenen met de Kegelcoach om ervoor te zorgen dat je je spieren op de juiste manier aanspant. Let tijdens de spelletjes ook op je Contractiekwaliteit om je techniek te controleren.

3. Oude gewoontes doorbreken en nieuwe associaties creëren

Voel je plotseling aandrang om te plassen zodra je je sleutel in het slot steekt? Of ga je elk uur naar het toilet, zelfs als je eigenlijk helemaal niet hoeft, gewoon voor de zekerheid?

Door dit gedrag te herhalen, kan je brein bepaalde situaties gaan associëren met de behoefte om te plassen, zelfs wanneer je blaas niet vol is.

Probeer deze gewoontes geleidelijk te veranderen. Bijvoorbeeld:

  • Wanneer je je sleutels pakt om de deur te openen, leid jezelf dan af met een mentale opdracht, zoals een paar rekensommen in je hoofd maken.

  • Als je regelmatig voor de zekerheid naar het toilet gaat, verleng dan geleidelijk de tijd tussen je geplande toiletbezoeken.

4. Andere factoren

Als je jonger bent dan 50 en ondanks regelmatige bekkenbodemtraining geen verlichting van je klachten merkt, kunnen andere factoren bijdragen aan je aandrangincontinentie. Denk bijvoorbeeld aan terugkerende urineweginfecties, cysten of vleesbomen die druk uitoefenen op de blaas.

Met het ouder worden en tijdens de menopauze kan aandrangincontinentie ook ontstaan zonder duidelijke oorzaak. In sommige gevallen kunnen medicijnen helpen.

Als je regelmatig traint en merkt dat de kracht en het uithoudingsvermogen van je bekkenbodem verbeteren, maar je urineverlies niet afneemt, kunnen je trainingsgegevens waardevolle informatie zijn om met je zorgverlener te delen.

Onthoud: het versterken van je bekkenbodem is een belangrijke stap, maar urineverlies kan verschillende onderliggende oorzaken hebben. Als je klachten aanhouden, kan een zorgverlener je helpen de oorzaak te achterhalen en andere behandelmogelijkheden te bespreken.

Was dit een antwoord op uw vraag?