Als je last hebt van gemengde incontinentie, kan regelmatige bekkenbodemtraining helpen om je bekkenbodemspieren te versterken, je blaascontrole te verbeteren en urineverlies te verminderen. Gemengde incontinentie omvat zowel symptomen van stressincontinentie (urineverlies wanneer je hoest, niest, lacht of sport) als van aandrangincontinentie (een plotselinge, dringende behoefte om te plassen).
De resultaten verschillen echter per persoon. Als je begrijpt welke factoren je vooruitgang beïnvloeden, kun je het meeste uit je Perifit Care(+)-training halen.
Welke resultaten kan ik verwachten en wanneer?
Uit onderzoek blijkt dat bekkenbodemspiertraining een groot verschil kan maken voor vrouwen met gemengde incontinentie: bij ongeveer 67–75% van de vrouwen met gemengde incontinentie neemt het urineverlies af of verdwijnt het zelfs volledig dankzij bekkenbodemspiertraining.
Sommige gebruikers merken de eerste verbeteringen al binnen 2–4 weken, maar het kan tot 10–12 weken regelmatige training duren voordat je duidelijke verbeteringen ziet.
Onthoud dat vooruitgang tijd kost en dat consistentie essentieel is!
Welke factoren kunnen mijn resultaten beïnvloeden?
Verschillende factoren kunnen van invloed zijn op hoe snel je verbeteringen merkt:
1. Trainingsfrequentie
Regelmatig trainen is essentieel. We raden 5 sessies van 8 minuten per week aan.
Houd je sessies kort en geef je bekkenbodemspieren voldoende tijd om te rusten en te herstellen. Vaker trainen betekent niet noodzakelijk dat je sneller vooruitgang boekt. Het kan je vooruitgang zelfs vertragen als je spieren vermoeid raken.
2. Kwaliteit van je Kegel-oefeningen
Je bekkenbodemspieren op de juiste manier aanspannen is net zo belangrijk als regelmatig trainen.
Je kunt oefenen met de Kegelcoach om er zeker van te zijn dat je je spieren op de juiste manier aanspant. Let tijdens de spelletjes ook op je Contractiekwaliteit om je techniek in de gaten te houden.
3. Lichamelijke activiteit
Lichamelijke activiteit kan ook invloed hebben op je symptomen.
Activiteiten met een hoge impact, zoals hardlopen en springen, kunnen soms urineverlies veroorzaken, vooral als je bekkenbodemspieren nog niet sterk genoeg zijn om de druk op te vangen. Maar helemaal geen lichamelijke activiteit meer doen, is ook niet de oplossing.
Activiteiten met een matige intensiteit en een lage impact, zoals wandelen, kunnen je helpen actief te blijven terwijl je minder druk op je bekkenbodem uitoefent. Ze kunnen ook helpen om symptomen van stressincontinentie te verbeteren.
4. Oude gewoontes doorbreken en nieuwe associaties creëren
Voel je plotseling de dringende behoefte om te plassen zodra je je sleutel in het slot steekt? Of ga je uit voorzorg elk uur naar het toilet, zelfs als je eigenlijk helemaal niet hoeft te plassen?
Als je dit gedrag herhaalt, kan je brein bepaalde situaties gaan associëren met de behoefte om te plassen, zelfs wanneer je blaas niet vol is.
Probeer deze gewoontes geleidelijk te veranderen. Bijvoorbeeld:
Leid jezelf af met een mentale taak wanneer je je sleutels pakt om de deur te openen, bijvoorbeeld door in je hoofd een paar rekensommen te maken.
Als je regelmatig voor de zekerheid naar het toilet gaat, verleng dan geleidelijk de tijd tussen geplande toiletbezoeken.
5. Andere factoren
Verschillende factoren kunnen je symptomen en de snelheid waarmee je resultaten behaalt beïnvloeden. Denk bijvoorbeeld aan:
Leeftijd: De kans op urineverlies kan toenemen naarmate je ouder wordt.
Menopauze: Hormonale veranderingen tijdens de menopauze kunnen invloed hebben op de gezondheid van je bekkenbodem en urinewegen.
Body Mass Index (BMI): Een hogere BMI wordt in verband gebracht met een grotere kans op urineverlies.
Afhankelijk van je persoonlijke situatie kunnen deze factoren je vooruitgang beïnvloeden en ervoor zorgen dat het langer duurt voordat je verbeteringen merkt.
In ongeveer 25–30% van de gevallen kan urineverlies worden veroorzaakt door andere factoren dan zwakke bekkenbodemspieren.
Als je regelmatig hebt getraind en merkt dat de kracht en het uithoudingsvermogen van je bekkenbodemspieren zijn verbeterd, maar je urineverlies niet is afgenomen, kan er een ander onderliggend probleem zijn dat bijdraagt aan je klachten.
Je trainingsgegevens kunnen ook waardevolle informatie zijn om met je zorgverlener te delen.
Onthoud: het versterken van je bekkenbodem is een belangrijke stap, maar urineverlies kan verschillende onderliggende oorzaken hebben. Als je klachten ondanks regelmatige training aanhouden, kan een zorgverlener je helpen de oorzaak te achterhalen en andere behandelmogelijkheden te onderzoeken.
